Testvlucht

Ik heb een testvlucht gemaakt.
Het was een Gebruikers Acceptatie Test in productie, heel modern dus.
Uitgangssituatie was een passagier met een reisbehoefte (ik dus), de testdata was ‘KL809 AMS KUL 16092012’ en de testomgeving was Schiphol.
Het testobject was een Passagier Vervoer Systeem (PVS), dat draait op Boeing 777 hardware en de te testen actie was ‘Vlieg naar Kuala Lumpur’.

Om maar met de deur in huis te vallen: qua functionaliteit is de test volledig geslaagd, ik zit inmiddels alweer twee dagen in Kuala Lumpur. Zoals gebruikelijk in het testvak lagen de issues meer op het gebied van de non-functionals.

Allereerst de performance test. De streefwaarde van de test was om drie uur ’s middags plaatselijke tijd op Kuala Lumpur International Airport (KLIA, ze korten hier echt alles af!) aan te komen. Die waarde is niet helemaal gehaald, het vliegtuig landde om half vier. Een half uurtje vertraging op twaalf uur vliegen is natuurlijk geen slechte prestatie. We vertrokken trouwens een uur te laat, dus eigelijk was de performance na vertrek zelfs boven verwachting.
De performance test bracht drie knelpunten aan het licht: de overige passagiers, de overige vliegtuigen en de technische infrastructuur. Allereerst bleek een ingecheckte passagier niet te komen opdagen. Omdat dat waarschijnlijk een terrorist was, die geen zin had om zelf neer te storten, moest zijn (bom?)koffer van boord worden gehaald. Dat gaf een kwartiertje vertraging; toch knap van het grondpersoneel om zo snel één bepaalde koffer uit die hele ingelade stapel bagage te halen. Daarna bleek dat de andere vliegtuigen niet netjes op hun beurt waren blijven wachten, maar inmiddels waren voorgedrongen op de startbaan. Dus een kwartier extra tot de baan weer vrij was. Tenslotte bleek de piloot te hebben besloten om eerst een halfuurtje te gaan rijden alvorens het luchtruim te kiezen.

De load and stress test nam heel wat tijd in beslag. Eerst werden de Blue Riders of zoiets, en de Frequent Flyers ingeladen, vervolgens de Business Class en tenslotte op volgorde van zitrij het gewone volk, de hardwerkende Nederlander, die bij de KLM Economy Class wordt genoemd (waaronder ik dus). De maximum load van ruim 400 pasagiers werd probleemloos gehaald, dus we zaten bommetje (woordspeling) vol. Dat ging natuurlijk wel gepaard met de nodige stress. Het viel me op dat veel meer mensen naar voren dromden toen de Business Class aan de beurt was, dan er überhaupt Business Class zitplaatsen in het toestel zitten.

De security test verliep vlekkeloos. Ik had zorgvuldig mezelf ontdaan van alle nagelschaartjes, zakmesjes en flesjes water die een normaal mens bij zich zou kunnen hebben en, inderdaad, er werden geen verboden voorwerpen op mij aangetroffen. Iedere keer dat ik op Schiphol kom, lijken ze weer nieuwere, grotere, ingewikkeldere scanapparatuur te hebben geïnstalleerd. Dat moet een bom (woordspeling) duiten kosten. Maar de gebruikers vertrouwen de zaak niet helemaal, dus werd ik alsnog gefouilleerd door een vriendelijke jongeman. Pluspunt was dat ik ditmaal mijn schoenen niet hoefde uit te trekken. Niemand trouwens en dat is goed voor het binnenklimaat.

De gebruiksvriendelijkheid was in orde: aardige stewardessen (die worden tegenwoordig ook een jaartje ouder), goed eten op fatsoenlijke tijden, voldoende toiletten, een aardig entertainment systeem met voortdurende vluchtinformatie (‘Kijk, nu vliegen we boven Irak’) en een aardige voorraad films. Ik heb gekeken naar Nova Zembla, die had ik vorig jaar overgeslagen in de bioscoop. Een beetje een dun en haastig verhaaltje, maar Doutzen Kroes maakt veel goed.
Leuk (voor een tester) was, dat het entertainment system na een uurtje of zo crashte, waarna het hele vliegtuig een kwartier lang Linux bootmessages voorgeschoteld kreeg. De recovery was matig: ik moest handmatig opzoeken, waar ik in de film gebleven was. Nou ja, beter een crash van het entertainment system dan van het vliegtuig, nietwaar.

Nog even terug naar de performance: die van het testobject zelf was aardig, maar als je het end-to-end bekijkt valt het allemaal vies tegen. Het probleem zit hem zoals gebruikelijk in de interfaces.
Eigenlijk bestaat een vliegreis bijna uitsluitend uit wachtrijen. Een opsomming: incheckbalie (koffer te zwaar, dus overpakken!), langs de douane, voor de gate, bij de security scan, voor de slurf, in de slurf en dan het gedrang in het gangpad, terwijl medepassagiers op hun gemak onmogelijk grote stukken handbagage boven hun hoofden in de luiken proppen.
De vliegreis zelf is helemaal het grote wachten: wanneer gaan we nou eindelijk de lucht in, wanneer gaat de airco aan, wanneer komen ze langs met drinken, hoe lang is de rij voor de toiletten. Tot mijn eigen verbazing slaagde ik erin om uiteindelijk in slaap te vallen (om twaalf uur ging het licht uit!) zodat de ervaren reistijd aanzienlijk werd bekort.
Na aankomst het hele verhaal in omgekeerde volgorde: wachten bij de immigratie/paspoort-controle (overigens geen gedoe met visum, dat krijg je gratis in je paspoort geplakt), bij de bagageband (mijn koffer kwam natuurlijk weer als één van de laatste), voor het loket om een kaartje voor de taxi te halen, voor de uitgang naar de taxis, en toen op de stoep, omdat de taxis even ‘op’ waren… Uiteindelijk zat ik in een taxi naar het hotel. Het hotel dat voor mij was geboekt lag vlak bij het vliegveld, zo had ik op de kaart gezien. Maar ja, dat was dus het oude vliegveld, alleen nog in gebruik voor lokale vluchten. Toen ik na een kwartier verbaasd naar buiten keek, zag ik op een verkeersbord ‘Kuala Lumpur 55 Km’. Uiteindelijk was het een uur of zes eer ik in het hotel was. En dat terwijl ik de dag tevoren om half zes van huis was gegaan. Rekening houdend met zes uur tijdverschil kom je dan toch op een totale reistijd van ruim achttien uur, waarvan twaalf uur in de lucht.

Nog even over dat van huis gaan en met name de emotionele aspecten daarvan. Eigenlijk ging ik gewoon naar mijn werk. Maar het maakt toch een groot verschil of je bij de voordeur zegt: ‘Dag schat, tot vanavond’ of bij de paspoortcontrole ‘Dag schat, tot over drie maanden’.
Dat was wederzijds (of eigenlijk gedrieën, want ik werd door twee schatten uitgeleide gedaan) wel even slikken. Maar ja, we zijn volwassen en het is crisis, dus je moet wat doen om een beetje fatsoenlijk aan de kost te komen, nietwaar. En is er skype, dus we spreken en zien elkaar gelukkig nog iedere dag!

Koffer pakken

Koffer pakken: Wat een ramp!
Als ik een weekje op vakantie ga, vind ik het al erg. Je weet immers nooit wat je te wachten staat: warm, koud, zon, regen? En wat gaan we doen: boswandeling maken, naar het strand? Nee, colbert heb ik niet nodig… Maar als we nu eens naar het theater willen? Oh ja, dus toch!
Voor je het weet zit de auto vol met spullen die na afloop weer ongebruikt in de kast verdwijnen.  Dat is bij één week vakantie.

Nu ik drie (3) maanden (!) naar Verweggistan ga, is inpakken helemaal een catastrofe. Wat ik mee moet nemen? Geen idéé! Ja, tandenborstel en scheermesjes, dat valt nog wel te bedenken. En sokken en ondergoed natuurlijk. Maar hoeveel dan? Voor drie maanden schone sokken meenemen is niet te doen. Ik neem aan dat ik in het hotel wel kan laten wassen. Maar wanneer, hoe vaak? En wat betekent dat voor het aantal sokken dat ik inpak?
Het weer, ook zo’n onzekere factor. Het klimaat in Kuala Lumpur schijnt warm en vochtig te zijn, met ruim dertig graden overdag, vijfentwintig ’s nachts en bijna elke dag een bui(-tje). Maar wat moet ik met die informatie? Dat ik geen dikke trui hoef mee te nemen, dat snapte ik zo wel. Maar verder: overhemd of T-shirt? paraplu of regenjas? En wat dragen ze daar op kantoor? Hopelijk geen stropdas, want ik vertik het om die in te pakken.

Gelukkig is er de KLM. Die beperkt mijn bagage-ellende tot 23 kilo, zo staat op mijn ticket. Laat ik er maar een project van maken. Ik start met een Product Risico Analyse. Alles wat ik nodig zou kunnen hebben, ga ik MoSCoW-en.
Bedenk daarbij dat er waarschijnlijk een work-around is: ter plaatse kopen. Kuala Lumpur schijnt een echte winkelstad te zijn, dus alles zou te krijgen moeten zijn (behalve hagelslag en bitterballen).
Op grond van deze analyse leg ik al mijn spullen in een prioriteitsvolgorde. En dan ga ik mijn koffer pakken, net zolang tot (a) ie vol zit of (b) de 23 kilo is overschreden. Wedden dat ik nog wat overhoud? Jammer dan, de belangrijkste zaken heb ik in ieder geval bij me.

Zo doen wij testers dat, vandaar: eerst analyseren hoe belangrijk alles is, dan prioriteren en vervolgens testen totdat de tijd of het geld op is. En dan zijn altijd een paar tests over die we eigenlijk ook hadden willen doen, maar ja, dat zit er nu even niet in. Benieuwd hoeveel fouten in productie ik ga tegenkomen …