Over Hans van Loenhoud

Testmanager, -consultant en -docent bij Polteq. Twitter: @HansvanLoenhoud

De Klus

Ik zit hier natuurlijk niet voor de lol. Gewerkt moet er worden, en niet zo’n beetje ook!
Ik zit in Kuala Lumpur voor een groot internationaal bedrijf, waarvan ik de naam maar even in het midden laat, omdat ik, zoals gebruikelijk, een strikte geheimhoudingsverklaring heb getekend. Laat ik volstaan met de mededeling, dat ze over de hele wereld vestigingen hebben en in Maleisië een groot rekencentrum bezitten, waar meer dan 1.000 IT-ers werkzaam zijn.

Mijn klus heeft te maken met een backend systeem, een soort Enterprise Service Bus (ESB), waar alle in- en uitgaande dataverkeer met externe klanten doorheen moet. Transactievolumes liggen tegen de 10 miljoen per maand, dus je kunt je voorstellen dat zo’n systeem belangrijk is. Helaas heeft het de laatste tijd nogal wat hoofdpijn veroorzaakt, het systeem ligt er namelijk regelmatig uit. Een kwartiertje downtime betekent ruim 3.000 transacties de mist in, dus gemiste omzet. En, erger nog, ze merken ook, dat er na iedere flinke storing klanten afhaken en nooit meer terugkomen, dus extra omzet verloren.
Er loopt inmiddels een omvangrijk project om de zaak op orde te brengen, onder andere via upgrades van hardware en middleware. Een analyse heeft evenwel ook uitgewezen dat hun huidige testproces tekort schiet om de kwaliteit van het systeem te borgen. Hun defect detection rate ligt rond de 55% en dat willen ze de komende tijd omhoog brengen naar 85%. Een nobel, lofwaardig, verstandig en profijtelijk streven, dat ik als tester van harte kan ondersteunen. Sterker nog, dat zouden meer organisaties moeten doen.

Maar ja, dat is makkelijker gezegd  dan gedaan, want ervaring met testprocesverbetering ligt niet voor het oprapen. Ze hebben eerst intern gezocht, daarna in Maleisië, daarna in India, daarna in heel Oost-Azië en daarna in de VS: vruchteloos. Tenslotte in Europa, en waar kom je dat uit? Inderdaad, bij Polteq!
Zo kwam het, dat ik op 18 september (bevrijdingsdag Eindhoven, dat zit nu eenmaal in mijn geheugen gegrift) voor het eerst het – aangenaam gekoelde – rekencentrum betrad en daar met open armen werd ontvangen als degene die alle testproblemen in de komende maanden eventjes zal oplossen. Ik zal wat aan verwachtingenmanagement moeten doen, vrees ik. Het zou zomaar kunnen, dat er een paar probleempjes overblijven die nazorg behoeven als ik weg ben.

De klus nu, voor zover ik dat na een week op het netvlies heb: ik ga een testbeleid ontwikkelen, dat richting geeft aan het testen, althans binnen de afdeling die voor de ESB verantwoordelijk is. Belangrijk aspect daarbij is het beheer van de End-to-End testomgeving, die gedeeld wordt door alle projecten die met de ESB van doen hebben. Ook performance testen staat op de agenda, hoewel ik de indruk heb dat ze dat goed onder controle hebben. Maar met dergelijke transactievolumes kun je je geen enkel performanceprobleem veroorloven.
Het belangrijkste is het kweken van testbewustzijn en het implementeren van een gestructureerd testproces dat breed wordt gedragen door alle betrokkenen, dus niet alleen door Ontwikkeling, maar ook door Beheer en Operations, en uiteraard de Business. Waarbij een flink deel van de ontwikkeling is geoutsourced naar India, dus de testregie daarvan zal ik ook onder de loep nemen.

Binnen de organisatie, in het Europese Center of Excellence, heeft men ISTQB omarmd. Dat kan dus mooi dienen als leidraad. Tot mijn genoegen mag ik ook twee ISTQB Foundation cursussen geven, om degenen die echt als tester aan de slag gaan van de nodige bagage te voorzien.
Dat alles onder het toeziend oog van het hoogste management. De uiteindelijke opdrachtgever voor het project is de Division Vice President worldwide en die wil persoonlijk op de hoogte worden gehouden van de voortgang. Aardige man, ik heb intussen een teleconferentie met hem achter de rug en ik vind het heel prettig om te constateren dat de business echt betrokken is. Dan weet je tenminste voor wie je het doet!

Testvlucht

Ik heb een testvlucht gemaakt.
Het was een Gebruikers Acceptatie Test in productie, heel modern dus.
Uitgangssituatie was een passagier met een reisbehoefte (ik dus), de testdata was ‘KL809 AMS KUL 16092012’ en de testomgeving was Schiphol.
Het testobject was een Passagier Vervoer Systeem (PVS), dat draait op Boeing 777 hardware en de te testen actie was ‘Vlieg naar Kuala Lumpur’.

Om maar met de deur in huis te vallen: qua functionaliteit is de test volledig geslaagd, ik zit inmiddels alweer twee dagen in Kuala Lumpur. Zoals gebruikelijk in het testvak lagen de issues meer op het gebied van de non-functionals.

Allereerst de performance test. De streefwaarde van de test was om drie uur ’s middags plaatselijke tijd op Kuala Lumpur International Airport (KLIA, ze korten hier echt alles af!) aan te komen. Die waarde is niet helemaal gehaald, het vliegtuig landde om half vier. Een half uurtje vertraging op twaalf uur vliegen is natuurlijk geen slechte prestatie. We vertrokken trouwens een uur te laat, dus eigelijk was de performance na vertrek zelfs boven verwachting.
De performance test bracht drie knelpunten aan het licht: de overige passagiers, de overige vliegtuigen en de technische infrastructuur. Allereerst bleek een ingecheckte passagier niet te komen opdagen. Omdat dat waarschijnlijk een terrorist was, die geen zin had om zelf neer te storten, moest zijn (bom?)koffer van boord worden gehaald. Dat gaf een kwartiertje vertraging; toch knap van het grondpersoneel om zo snel één bepaalde koffer uit die hele ingelade stapel bagage te halen. Daarna bleek dat de andere vliegtuigen niet netjes op hun beurt waren blijven wachten, maar inmiddels waren voorgedrongen op de startbaan. Dus een kwartier extra tot de baan weer vrij was. Tenslotte bleek de piloot te hebben besloten om eerst een halfuurtje te gaan rijden alvorens het luchtruim te kiezen.

De load and stress test nam heel wat tijd in beslag. Eerst werden de Blue Riders of zoiets, en de Frequent Flyers ingeladen, vervolgens de Business Class en tenslotte op volgorde van zitrij het gewone volk, de hardwerkende Nederlander, die bij de KLM Economy Class wordt genoemd (waaronder ik dus). De maximum load van ruim 400 pasagiers werd probleemloos gehaald, dus we zaten bommetje (woordspeling) vol. Dat ging natuurlijk wel gepaard met de nodige stress. Het viel me op dat veel meer mensen naar voren dromden toen de Business Class aan de beurt was, dan er überhaupt Business Class zitplaatsen in het toestel zitten.

De security test verliep vlekkeloos. Ik had zorgvuldig mezelf ontdaan van alle nagelschaartjes, zakmesjes en flesjes water die een normaal mens bij zich zou kunnen hebben en, inderdaad, er werden geen verboden voorwerpen op mij aangetroffen. Iedere keer dat ik op Schiphol kom, lijken ze weer nieuwere, grotere, ingewikkeldere scanapparatuur te hebben geïnstalleerd. Dat moet een bom (woordspeling) duiten kosten. Maar de gebruikers vertrouwen de zaak niet helemaal, dus werd ik alsnog gefouilleerd door een vriendelijke jongeman. Pluspunt was dat ik ditmaal mijn schoenen niet hoefde uit te trekken. Niemand trouwens en dat is goed voor het binnenklimaat.

De gebruiksvriendelijkheid was in orde: aardige stewardessen (die worden tegenwoordig ook een jaartje ouder), goed eten op fatsoenlijke tijden, voldoende toiletten, een aardig entertainment systeem met voortdurende vluchtinformatie (‘Kijk, nu vliegen we boven Irak’) en een aardige voorraad films. Ik heb gekeken naar Nova Zembla, die had ik vorig jaar overgeslagen in de bioscoop. Een beetje een dun en haastig verhaaltje, maar Doutzen Kroes maakt veel goed.
Leuk (voor een tester) was, dat het entertainment system na een uurtje of zo crashte, waarna het hele vliegtuig een kwartier lang Linux bootmessages voorgeschoteld kreeg. De recovery was matig: ik moest handmatig opzoeken, waar ik in de film gebleven was. Nou ja, beter een crash van het entertainment system dan van het vliegtuig, nietwaar.

Nog even terug naar de performance: die van het testobject zelf was aardig, maar als je het end-to-end bekijkt valt het allemaal vies tegen. Het probleem zit hem zoals gebruikelijk in de interfaces.
Eigenlijk bestaat een vliegreis bijna uitsluitend uit wachtrijen. Een opsomming: incheckbalie (koffer te zwaar, dus overpakken!), langs de douane, voor de gate, bij de security scan, voor de slurf, in de slurf en dan het gedrang in het gangpad, terwijl medepassagiers op hun gemak onmogelijk grote stukken handbagage boven hun hoofden in de luiken proppen.
De vliegreis zelf is helemaal het grote wachten: wanneer gaan we nou eindelijk de lucht in, wanneer gaat de airco aan, wanneer komen ze langs met drinken, hoe lang is de rij voor de toiletten. Tot mijn eigen verbazing slaagde ik erin om uiteindelijk in slaap te vallen (om twaalf uur ging het licht uit!) zodat de ervaren reistijd aanzienlijk werd bekort.
Na aankomst het hele verhaal in omgekeerde volgorde: wachten bij de immigratie/paspoort-controle (overigens geen gedoe met visum, dat krijg je gratis in je paspoort geplakt), bij de bagageband (mijn koffer kwam natuurlijk weer als één van de laatste), voor het loket om een kaartje voor de taxi te halen, voor de uitgang naar de taxis, en toen op de stoep, omdat de taxis even ‘op’ waren… Uiteindelijk zat ik in een taxi naar het hotel. Het hotel dat voor mij was geboekt lag vlak bij het vliegveld, zo had ik op de kaart gezien. Maar ja, dat was dus het oude vliegveld, alleen nog in gebruik voor lokale vluchten. Toen ik na een kwartier verbaasd naar buiten keek, zag ik op een verkeersbord ‘Kuala Lumpur 55 Km’. Uiteindelijk was het een uur of zes eer ik in het hotel was. En dat terwijl ik de dag tevoren om half zes van huis was gegaan. Rekening houdend met zes uur tijdverschil kom je dan toch op een totale reistijd van ruim achttien uur, waarvan twaalf uur in de lucht.

Nog even over dat van huis gaan en met name de emotionele aspecten daarvan. Eigenlijk ging ik gewoon naar mijn werk. Maar het maakt toch een groot verschil of je bij de voordeur zegt: ‘Dag schat, tot vanavond’ of bij de paspoortcontrole ‘Dag schat, tot over drie maanden’.
Dat was wederzijds (of eigenlijk gedrieën, want ik werd door twee schatten uitgeleide gedaan) wel even slikken. Maar ja, we zijn volwassen en het is crisis, dus je moet wat doen om een beetje fatsoenlijk aan de kost te komen, nietwaar. En is er skype, dus we spreken en zien elkaar gelukkig nog iedere dag!