Over en uit

Ineens was het afgelopen. Gisteren was mijn laatste werkdag van deze klus. Okee, maandag moet ik nog even naar kantoor voor de overdracht aan onze nieuwe testmanager, maar dat is een formaliteit, gezellig wat bijpraten en vóór de lunch weer weg. Hier in Maleisië is het vakantieseizoen volop losgebarsten en de meeste collega’s zijn maandag afwezig, dus een afscheidsfeestje heeft weinig zin.

De afdelingEen raar fenomeen is dat eigenlijk. Je weet al lang van tevoren dat die laatste werkdag eraan zit te komen, maar op de dag zelf word je er toch nog door overvallen. De dag begint heel normaal, gewone tijd naar kantoor, mail afhandelen, een meeting om een concept van een procedure door te spreken, definitieve versie aanmaken en rondsturen; kortom, allerlei dingen die ik de dagen daarvoor ook deed.
Dan, tijdens de lunch, besef je ineens: ‘Dit is de laatste keer!’ De laatste keer naar de kantine op de vierde, de laatste keer in de rij voor de kassa, de laatste keer ondergedompeld in het geroezemoes van al die collega’s, die drie maanden terug nog vreemden voor je waren; nu zijn het bekenden geworden, op z’n minst qua gezicht.

’s Middags slaat de weemoed in volle hevigheid toe. Plots had ik niks meer toe doen. Ja, er ligt nog genoeg werk, maar iets nieuws oppakken heeft natuurlijk geen enkele zin. Vroeger kon je zo’n middag vullen met het opruimen van je bureau, maar aangezien tegenwoordig alles elektronisch gaat, valt er niets meer op te ruimen. Tenminste als je in de loop der tijd alle mailtjes en bestanden netjes in de juiste directories hebt opgeborgen. En dat had ik.
Ik had een afscheidscadeautje gekocht voor Su, mijn linker- en rechterhand gedurende dit project. Dat was een prima aanleiding voor een nostalgische terugblik: ‘Weet je nog hoe we eerst …’, ‘En toen zei X: …’, ‘Ja, dat was lachen! Maar uiteindelijk is het toch nog goed gekomen.’ Voor haar was het de laatste dag voor de vakantie, dus ook zij had tijd voor en zin in een kletspraatje.

Zo tikt de tijd verder naar het onvermijdelijke einde van de werkdag. Even onvermijdelijk is het formele afscheidsgesprek met de opdrachtgever en het afdelingshoofd. Dat vind ik altijd zo’n bijzonder fenomeen. Ook al heb je stevig gebotst in de afgelopen periode, al heb je elkaar in stilte voor betweter of onbenul uitgemaakt, al vond je de opdracht onzinnig of het resultaat onbruikbaar, opeens is dat allemaal vergeten en vergeven.
Beide partijen hebben de onbedwingbare neiging om de opdracht met terugwerkende kracht tot één groot feest te verklaren, met een klinkend eindresultaat waar beide partijen tot in lengte van dagen veel profijt van zullen hebben. Nu was dat in dit geval natuurlijk ook wel zo, maar wat mij betreft had dat best tussendoor eens mogen worden uitgesproken, dat hoeft niet te wachten tot de laatste middag.
Volgt de uitdrukkelijke wederzijdse verklaring dat we in de toekomst vast nog eens iets samen zullen doen, ondanks dat we heel goed weten dat de kans daarop redelijk klein is – in dit geval miniem, want zelfs bij Polteq zijn opdrachten in Maleisië een uitzondering.

KantoorTerwijl de tijd verstreek borrelden allerlei emoties op in mijn gemoed.
Tevredenheid – dat heb ik er goed afgebracht! Een lastige opdracht maar een prima afdelingsbrede teststrategie als eindresultaat met de belofte dat die als best practice naar een wereldwijd niveau wordt getild.
Twijfel – had ik toch niet wat specifieker moeten zijn? De nieuwe testmanager is erg onervaren; kan ze het wel alléén aan, op basis van mijn documentatie? Maakt ze er niet een puinhoop van en krijg ik dan achteraf de schuld?
Onzekerheid – WAT NU? Ja, een week rondtouren door Maleisië, samen met Anita, mijn dochter. En daarna lekker twee weekjes kerstvakantie thuis. MAAR DAN? Gewoon weer voor de klas, een ISTQB cursus geven? Een saaie testopdracht bij een saaie klant in een saai Nederland? Vast niet zo uitdagend, spannend, leerzaam als deze opdracht.
Opluchting – hè, hè, blij dat het allemaal achter de rug is. Dit was spannend en leerzaam, maar toch een beetje over the top. Geef mij maar weer gewoon een ISTQB cursus, of een testopdracht om de hoek. Leuke opdrachten en aardige mensen vind je overal, daar hoef je niet de halve wereld voor rond.
Verwarring – wat vind ik er eigenlijk zelf van? Wil ik naar huis? Heel graag! Wil ik blijven? Best. Wil ik iets nieuws? Natuurlijk! Zie ik op tegen iets nieuws? Ja en nee… ??@#!!

Zo gaat dat. En ineens is het afgelopen.

Ziek

Ik ben ziek. Niks ernstigs, hoor, gewoon een flinke verkoudheid. Maar baal ik er evengoed stevig van. Ik heb het zwaar te pakken: het volledige pretpakket met branderige ogen, loopneus, keelpijn, hees, niezen, hoesten, beetje koorts.

Ik had eigenlijk wel verwacht, dat ik hier in Maleisië een griepje of zo zou oplopen. Het is misschien medisch gezien onzin, maar ik dacht dat ze hier waarschijnlijk andere virussen in omloop hebben dan thuis, virussen waartegen ik geen weerstand heb opgebouwd. En ‘ze’ zeggen altijd, dat steeds weer in en uit de airco lopen ook extra risico’s met zich meebrengt.

Dus ik heb me echt heel netjes gedragen: de hele dag door handjes gewassen, bergen fruit (vitamine C!) gegeten, voorzichtig geweest met temperatuurwisselingen. Over dat laatste gesproken: wat mij betreft zou de airco hier best een tandje lager mogen. Soms kom je ergens binnen en dan is het gewoon regelrecht koud. Nu ik mijn collega’s hier de laatste dagen actuele foto’s kan laten zien van besneeuwde Hollandse landschappen, roepen ze allemaal om het hardst, dat hen dat toch zo lekker lijkt, kou! Als ik ze uitleg dat kou snel gaat vervelen, dan kijken ze me ongelovig aan: het is toch heerlijk om verlost te zijn van die alles doordringende klamme warmte? Ook het begrip ‘centrale verwarming’ heb ik goed moeten uitleggen voor het kwartje viel.
’t Kan verkeren, denk ik dan maar. 

Enfin, ik had best kunnen begrijpen, dat ik hier verkouden zou worden, maar niet nu ik hier al meer dan twee maanden ben. Ik dacht dat ik onderhand toch wel alle plaatselijke virussen zou hebben zien langskomen en ze allemaal de baas zou zijn geweest.
Niet dus. Typisch gevalletje van overmoed, lijkt me. Een of ander geniepig virusje heeft gewoon op de loer gelegen en toegeslagen op een moment dat ik me onkwetsbaar waande. Twee weken voor ik naar huis ga! Niet eerlijk …
Eigenlijk had ik het gisteren al, erger nog dan vandaag. Ik had er wellicht beter aan gedaan om in mijn bed te blijven, dan ben je naar mijn idee het snelst ervan af. Maar ik moest een presentatie houden voor een wereldwijd publiek. Zo iets zeg je niet af voor een verkoudheid, hoewel mijn stem een onzekere factor was. Uiteindelijk viel het allemaal wel mee: beetje hees, tussendoor af en toe een nies- en hoestpauze. Ik heb mijn verhaal gewoon gehouden; adrenaline is blijkbaar goed in staat om verkoudheid te onderdrukken.

’t Was wel weer een aparte, nieuwe ervaring. Het bedrijf waarvoor ik deze opdracht doe, heeft vestigingen over de hele wereld, met een hoofdkantoor in Bonn en een datacentrum in Praag. Ze organiseren regelmatig kennis-sessies, waar iemand een onderwerp behandelt dat ze wereldwijd van belang achten. Dan mag je een Powerpoint presentatie houden, die via internet (Cisco Webex) en conference call over de hele wereld te volgen is.

Mij was de eer te beurt gevallen om onze teststrategie toe te lichten. Heel gek: je zit in een vrijwel leeg (er was een handjevol echte supporters komen opdagen, want ze kennen het verhaal hier natuurlijk allang) zaaltje een presentatie te houden voor tientallen deelnemers over de hele wereld, die je niet kent, ziet of hoort, maar ze zijn er wel. Nou ja, waarschijnlijk niet over de hele wereld, want op de tijd dat ik mijn presentatie hield lagen ze in Amerika allemaal op één oor. De meeste toehoorders zullen wel uit Europa en Azië gekomen zijn.

Ik zat goed in mijn verhaal, dus het liep allemaal op rolletjes. Alleen met de vragen had ik wat moeite, niet om ze te beantwoorden maar wel om ze te verstaan. Nou spreek ik zelf vloeiend steenkolen-Engels, maar de geachte vraagstellers hadden blijkbaar een ander soort steenkolen gedolven. Engels met een zwaar Tsjechisch accent over een matige lijn aanhoren is een hele opgave. Ik heb me eruit gered, door steeds eerst de vraag samen te vatten, zoals ik hem had gereconstrueerd uit de losse flarden die tot mijn bewustzijn wisten door te dringen. Dan begon ik onmiddellijk aan mijn antwoord, vóórdat de vraagsteller kon opmerken dat hij eigenlijk wat anders bedoelde. Ook weer gek trouwens: je heb geen idee wie de vraag stelt, dus je gooit het antwoord maar gewoon de wijde wereld in; iemand aankijken of zo is er niet bij. Daarna vroeg ik steeds: ‘Is dat een voldoende antwoord op uw vraag?’. Reken maar dat geen hond ‘Nee’ durft te zeggen …
Of misschien had ik de vraag wel goed begrepen en het juiste antwoord gegeven, dat kan natuurlijk ook 🙂

Na afloop was de adrenaline snel uitgewerkt en voelde ik me weer knap beroerd. Het duurde nog een uur eer het shuttle-busje kwam, dus in die tijd heb ik gewoon wezenloos naar mijn scherm zitten staren. In het hotel snel een pizza’tje gescoord en toen met een borrel onder de (figuurlijke) wol. Slecht geslapen, dat hoort erbij.
Vandaag gaat het een stukje beter, voel me op z’n minst minder koortsig. ’t Is zaterdag dus ik doe vandaag helemaal niks, beetje op mijn hotelkamer hangen en wat internetten. Morgen nog kalm aan doen, en dan hoop ik maandag weer fris en fruitig aan de slag te gaan, want mijn agenda voor die dag is redelijk volgeboekt.
Beetje jammer van het weekend, maar aanstaande dinsdag is een van de vele Maleisische public holidays, dus ik kan de schade hopelijk inhalen. Ik heb namelijk nog een tripje naar Crab Island op mijn verlanglijstje staan …